De inkoop van overheidsopdrachten voor B-diensten op de schop!

Onderwijsinstellingen krijgen regelmatig te maken met overheidsopdrachten voor diensten zoals het inhuren van onderwijspersoneel (zoals uitzendkrachten) bij ziekte of langdurige afwezigheid ofwel (tijdelijke) personeelsverschaffing. Zulke overheidsopdrachten vallen in beginsel onder de reikwijdte van de Aanbestedingswet 2012 (hierna te noemen: Aanbestedingswet) en worden aanbestedingsrechtelijk bezien gekenmerkt als B-diensten. 

Huidige Aanbestedingswet
De huidige Aanbestedingswet bevat hoofdzakelijk de implementatie van de Europese aanbestedingsrichtlijnen (richtlijn 2004/18/EG en richtlijn 2004/17/EG). Deze aanbestedingsrichtlijnen zijn van toepassing op opdrachten voor Werken, Leveringen en Diensten door aanbestedende diensten, waarvan de waarde een bepaalde Europese drempelwaarde overstijgt. Deze Europese richtlijnen zijn herzien en vervangen door twee nieuwe Europese richtlijnen. Een van de meest opvallende wijzigingen in de nieuwe richtlijnen betreft het vervallen van het onderscheid tussen A- en B-diensten. In dit artikel zullen wij u laten kennismaken met het nieuwe aanbestedingsregime met betrekking tot B-diensten.

Huidige stelsel van B-diensten
In de huidige Aanbestedingswet geldt indien de geraamde waarde boven de Europese drempel uitkomt voor B-diensten, een licht aanbestedingsregime, aldus de artikelen 2.38 en 2.39 in de Aanbestedingswet. Bij deze diensten is in veel gevallen de grensoverschrijdende relevantie beperkt omdat deze diensten naar hun aard sterk cultureel bepaald zijn en de invulling per lidstaat verschilt. Onder de huidige Aanbestedingswet is voorts de basisregel dat een dienst een B-dienst is, tenzij een dienst als A-dienst is gekwalificeerd.

Feitelijk komt het er bij B-diensten op neer dat aanbestedende diensten slechts aan drie vereisten moeten voldoen:

  • De algemene voor alle aanbestedingsprocedures geldende verplichtingen die voortvloeien uit deel 1 van de Aanbestedingswet;
  • De regels die gelden ten aanzien van te gebruiken technische specificaties als bedoeld in paragraaf 2.3.3.1 van de Aanbestedingswet, en;
  • Verplichting tot het doen van een mededeling van gunning van de opdracht bij de Europese Commissie.

Overheidsopdrachten met betrekking tot B-diensten onder het Europese drempelbedrag en zonder duidelijk grensoverschrijdend belang worden niet geraakt door de artikelen 2.38 en 2.39 in de Aanbestedingswet, omdat het bepaalde in artikel 2.2 (toepassingsbereik overheidsopdrachten) Aanbestedingswet niet van toepassing is. Het gevolg hiervan is dat deel 2 (en de artikelen 2.38 en 2.39) van de Aanbestedingswet niet van toepassing is en er geen verplichte Europese aanbestedingsprocedure noodzakelijk is. Als een aanbestedende dienst niet verplicht is een Europese aanbestedingsprocedure toe te passen, kan (tevens afhankelijk van het eigen aanbestedings(inkoop)beleid) een aanbestedende dienst een nationale aanbestedingsprocedure (enkelvoudig onderhands, meervoudig onderhands, nationaal openbaar of nationaal niet openbaar) organiseren.

Nieuwe stelsel van inkoop van B-diensten
Een van de meest opvallende wijzigingen betreft het vervallen van het onderscheid tussen A- en B-diensten. Met de komst van de gewijzigde Aanbestedingswet zal het verlichte regime van B-diensten grotendeels vervallen. Als gevolg van deze aanpassingen zullen een aantal huidige B-diensten komen te vallen onder het reguliere aanbestedingsregime. Voor een aantal specifiek benoemde diensten, zoals zorgdiensten, sociale diensten, hotel-, horeca- en restaurantdiensten en juridische diensten zal een verlicht aanbestedingsregime als bedoeld in de artikel 2.38 en 2.39 van de Aanbestedingswet blijven gelden. 

Zoals eerder opgemerkt geldt onder de huidige Aanbestedingswet de basisregel dat een dienst een B-dienst is, tenzij een dienst als A-dienst is gekwalificeerd. In de nieuwe Aanbestedingswet is het juist andersom: hoofdregel is dat op alle diensten het reguliere aanbestedingsrecht van toepassing is, tenzij de specifieke dienst op bijlage XIV behorende bij de nieuwe richtlijnen staat vermeld. Aan de hand van de categorie kan een aanbestedende dienst bepalen of een overheidsopdracht moet worden aangemerkt als een B-dienst. Een ander aandachtspunt is de gewijzigde drempelwaarde. Voor de nieuwe B-diensten die gelet op bijlage XIV onder het verlichte aanbestedingsregime vallen geldt er een verhoogde drempelwaarde van 750.000 euro, in plaats van de reguliere drempelwaarde van 207.000 euro voor diensten. 

Conclusie
Tot het moment dat de nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijn in Nederland is geïmplementeerd (medio april 2016), is het toegestaan om het bestaande aanbestedingsregime met betrekking tot B-diensten toe te passen. Het is daarom van groot belang dat onderwijsinstellingen de bestaande overeenkomsten en toekomstige wensen inventariseert en afhankelijk van de uitkomsten al dan niet een nieuwe aanbestedingsprocedure organiseert. Op deze wijze profiteert u nog van het bestaande aanbestedingsregime met betrekking tot B-diensten.

Pro Mereor heeft ruime kennis en ervaring met advisering op zowel inkooptechnisch als juridisch gebied in alle facetten van het (Europese) aanbestedingsrecht. Mocht u vragen naar aanleiding van dit artikel hebben, aarzelt u dan niet vrijblijvend contact op te nemen via e-mail info@pro-mereor.nl of telefonisch op 026 3701476. Onze inkoopconsultanten en aanbestedingsjuristen staan voor u klaar.

Recente Publicaties
Bekijk alle Publicaties